restauratie Ducati 750 YS

In MOTOR 20/2006 staat een reportage over de Ducati Sport 1000 Sportclassic en diens inspiratiebron, de Ducati 750 Sport uit 1973. De authentieke 750 Sport is gerestaureerd door Bas van den Brink. Hij schreef er een kort verslag van dat je hier kunt lezen.


De bel gaat. Leo Fleuren van Affetto Ducati aan de deur met een joekel van een doos bij zich. ‘Je restaureert toch graag?’ ‘Ja eh…,’ met bange vermoedens, gezien de doos met slooponderdelen op de stoep; ‘Hoezo dan?’ ‘Nou dan heb ik wat voor je!’ De doos maakte me niet echt blij, de inhoud ook niet, maar dat het een Ducati was geweest ontging mij niet. Iets anders had ik van Leo ook niet verwacht. ‘Wat is het geweest en wat moet het worden?’ ‘Kom maar kijken.’ Ik liep mee naar buiten en de deuren van het busje gingen open.

Temidden van nog meer dozen en een berg ijzer stond daar iets wat direct opviel. Keurig op een minipallet gemonteerd stond daar een zwart rondcarter koningsasserblok. Een 750 sport! Meteen was ik al een stuk minder sceptisch. ‘Het blok is al helemaal gedaan en de rest ook al voor de helft.’ Of Leo met het laatste bedoelde dat het voor de helft klaar was of dat het maar half gedaan was moest nog blijken, maar het blok zag er fantastisch imposant en netjes uit.

Leo moet geweten hebben dat ik vroeger als jongen al in enige staat van opwinding raakte bij het zien van deze motoren. De jaarboekjes met alle motoren van 19-zoveel en folders waren voor mij het favoriete leesvoer. De reeks van 1972 tot 1980 heb ik nog staan. De jaargangen 1973-1975 waren bijzonder uitgeleefd, waar het Italiaanse hoofdstuk meestal losbladig van was geworden. Ducati’s waren daarbij torenhoog favoriet mede doordat er in Overasselt een prachtige Supersport rondreed. De Supersport werd door mij vanwege het tophalfje met viskomvoorkant en de kleurstelling toch als iets minder fraai beoordeeld dan de Sport. Nee, voor mij goud voor de prachtig okergele 750 Sport en voor de 750 Supersport, heel toepasselijk, zilver.Enfin, alles maar uit het busje en de werkplaats in. Een eerste inspectie leerde ons al snel dat het meeste om er een motor van te maken wel bij zat. Het spuitwerk op het glasfiber was al gedaan, en er zaten diverse nieuwe verchroomde delen bij. Aan het Amerikaanse krantenpapier waar wat onderdelen in waren verpakt waren herkomst en datum van deze activiteiten te herleiden. Het betrof hier een Amerikaanse 750 Sport uit 1973, ook bekend als Yellow Sport. Met een ‘Nou veul succes ermee.’ was Leo weer verdwenen en stonden de dozen her en der verdeeld in mijn sleutelhok. Het motorblok vond gelijk een prominent plaatsje op de werkbank. Niet dat het al gerestaureerde motorblok daar nodig was, maar het stond daar zo verschrikkelijk mooi.

De eerste maanden gebeurde er niet zo veel. Met het boekje ‘Alle motoren van 1973’ kon ik nu niet zo veel. Wat restauratieliteratuur werd aangeschaft, waarbij de boeken van Ian Falloon mij het beste op weg hebben geholpen. Ook het internet was een goede bron voor werkplaatshand- boeken, bedradingschema’s et cetera. Frame- en motornummers en onderdelen werden hiermee gecontroleerd op hun authenticiteit. Het frame was zilver gespoten wat deed vermoeden dat het niet bij de 750 sport hoorde. De nummers klopten echter wel. De weggeslepen oortjes voor de zijkappen werden er weer opgelast en frame en achterbrug konden naar de poedercoater. Middenbok en kettingbeschermer waren nieuw verchroomd, wat niet origineel is. Hup ook naar de coater. Maanden gingen er voorbij met relatief weinig actie. ‘Hoe is ‘t met de Yellow Sport’, informeerde Leo dan weer eens. ‘Prachtig mooi man, het motorblok is al klaar en staat zo mooi te wezen op mijn werkbank.

Nee, echt schot kwam er pas in toen Leo voor de Yellow Sport een koper vond die er graag de Motogiro mee wou gaan rijden. Het beeld van de ranke 750 sport, met de nieuwe eigenaar Freek Boonstoppel in het zadel, door de Italiaanse dorpen en bergen heen was eigenlijk al voldoende motivatie om er meer vrije tijd in te gaan stoppen.Allerlei acties volgden elkaar in een half jaar tijd snel op. Voorvork en kroonplaten kregen een nieuw laagje spetterlak, geheel in het originele patroon. Verschillende onderdelen werden na urenlage zwerftochten op het internet over de gehele wereld besteld. Uit Duitsland, Italië, Amerika en zelf Australië stroomde de onderdelen binnen. Die van dichtbij kwamen duurden vaak het langst.

Met Freek werd afgestemd hoe ver we zouden gaan in de restauratie, het was immers zijn motor. Originaliteit was voor Freek, en voor mij, belangrijk. Zo werd de nodige moeite in de voorrem gestoken om de originele Scarab remklauw en rempomp weer goed werkbaar te krijgen, temeer omdat zowel op de klauw als op het pompreservoir de naam Ducati stond, wat redelijk zeldzaam is. De Scarab delen zijn af fabriek niet veel gemonteerd en misten vaak de naam Ducati. Door de slechte betrouwbaarheid zijn daarnaast veel pompen en klauwen door Brembo delen vervangen, iets wat Ducati zelf na 1974 ook deed. Omdat er bij alle onderdelen ook nog bij elkaar ongeveer een halve 750 GT bijzat, konden delen zoals een kabelboom weer geheel origineel gemaakt worden met de juiste stekkers en dergelijke.

De originele Borrani velgen werden van nieuwe roestvrijstalen spaken voorzien en verschillende delen werden opnieuw verchroomd. Alle boutjes en moeren en kleine delen werden opnieuw verzinkt, wat de restauratie echt af maakt. De originele Metzelers worden helaas niet meer gemaakt, zodat er een gelijkend rubber gezocht werd. Voor deze en andere slijtdelen was de hulp van Affetto Ducati zeer welkom. De opbouw vorderde gestaag en elke week werd het een stukje meer motor. De dag dat de motor tot leven gebracht zou kunnen worden kwam ras dichterbij. Zou het dan echt gebeuren dat ik, na dertig jaar geleden er over te hebben gekwijld, nu dan een 750 Sport zou mogen starten… en er mee rijden?

Ik kon gewoon niet meer stoppen met restaureren. Leo’s olie erin. Benzine erin uit de jerrycan die anders in de Honda grasmaaier terecht was gekomen (die benzine heeft wel heel veel mazzel gehad). Dan de rechter voetsteun omhoog. Kickstarter eerst maar een paar keer zonder contact rond. De sterke compressie besloot me om eerst maar steviger schoeisel te gaan aantrekken. Met de crosslaars en het contact aan, vervolgens één ferme trap en de twin sprong direct aan en begon lekker toeren te maken. Afzuiging aan en netjes warm draaien en wat kleine dingen afstellen. Nou dan moest het ook maar op de weg gebeuren. Het schakelschema me goed ingeprent (rechts en omlaag) en voorzichtig ging ‘ie’.

Achter de prachtig langgerekte tank, de clip-ons stevig vast, voel je je direct een jaren ‘70 coureur. Dit is dus waar ik toen van heb gedroomd. Wel een half uur geniet ik zo stilletjes. Dan toch weer de realiteit van het moment. De motor loopt niet helemaal honderd procent en met afstellen krijg ik het niet veel beter. Gelukkig is er nog ene Hans bij Leo die het lek boven krijgt. De nieuwe carburateurs zijn van verkeerde schuiven en naalden voorzien waardoor de motor teveel benzine krijgt. Na deze en wat andere kleine aanpassingen staat hier uiteindelijk de 750 Sport in al zijn glorie bij Leo naast de nieuwe Ducati 1000 Sport met het DS-blok. Voor mij is het origineel met het zwarte koningsasserblok natuurlijk nog steeds favoriet.

Toch vraag ik Leo of hij een folder heeft van nieuwe 1000 Sport. Voor mijn zoon Sam op zijn kamer zodat hij ook alvast kan leren kwijlen. Met gemengde gevoelens draag ik de motor over aan Freek, die bijzonder in zijn nopjes is met zijn nieuwe aanwinst. Ook al zal hij er uiteindelijk de MotoGiro niet mee rijden, er is voor mij weer een stukje jongensdroom werkelijkheid geworden.

Bas van den Brink

© 2007 - 2010 Affetto Ducati | Veldwerk media