zelf vering afstellen

FRAME SETUP
Deze handleiding is een basis om je te helpen bij het afstellen van het frame en de vering van jouw Ducati.

Omdat de afstelling van het frame en de vering individueel is voor iedere rijder (stijl, voorkeur, wegdek, banden, etc.) kan deze handleiding je alleen een goede basisafstelling geven.

In topniveau motorsport is men altijd bezig met testen om nog betere resultaten te krijgen.
Een voortdurende uitwisseling van bevindingen van rijder naar monteur en omgekeerd is dan ook nodig om de gedragingen van de motor te leren kennen.

Alvorens je iets gaat afstellen moet je ervoor zorgen dat alle scharnierpunten goed gesmeerd zijn, daar er anders extra wrijving ontstaat waardoor de vering nooit goed kan worden afgesteld.

De volgende stap is dat je alles noteert wat je doet (koop b.v. een schrift).
Alle dempinginstellingen moet je noteren door deze eerst geheel dicht (rechtsom) te draaien en daarna los te draaien.
Draai de dempingschroeven niet te strak tegen de eindaanslag daar deze anders beschadigd kunnen raken.

Voorbeeld: steller ingaande demping helemaal dicht, dan 1½ slag uit.
Noteer dan C.D. (Compression Demping) 1½ uit.

Nu; heb je alles gesmeerd, een schrift, gereedschap en een rolmaat, dan begint de afstellingsprocedure.
ACHTERSCHOKBREKER

1. a.  Static Sag instellen (onbelast)
Zet de motor op een standaard of hang deze op zodat de wielen van de grond zijn en de  vering onbelast is.
Meet vervolgens de afstand van de achterwielas tot aan een gemarkeerd punt in de straal van de veerbeweging naar boven op de buddy, kontje.
b. Zet de motor met de wielen op de grond zodat het gewicht van de motor de vering belast.
c. Trek de waarde van meting b. af van meting a. en je hebt de Static Sag onbelast.

2. a. Static Sag instellen (belast)
 b.  Neem plaats op de motor met kleding, helm, etc. en doe meting b. nogmaals.
Trek de meting b. af van meting a. en je hebt de Static Sag belast.

Voor de 916 / 748 / 996 moeten de uitkomsten liggen rond 10 mm voor Static Sag onbelast en 25 tot 35 mm voor de Static Sag belast.
VOORVORK

1. a. Zet de motor op een standaard of hang deze op zodat het voorwiel van de grond is.
Meet de lengte van het verchroomde vorkdeel (binnen vorkpoot).
b. Zet de motor op de grond en meet weer het verchroomde vorkdeel.
c. Neem nogmaals plaats op de motor en meet het verchroomde vorkdeel opnieuw.
Trek deze waarde van de waarde van a. af en de uikomst moet tussen de 25 en 35 mm zijn.
TROUBLESHOOTING
1. VOORKANT HOBBELT BIJ HET AANREMMEN VOOR EEN BOCHT, HET PROBLEEM VERDWIJNT WANNEER MEN DE REM LOSLAAT OF HET GAS OPENT.
Meestal wordt dit veroorzaakt doordat de voorband overbelast wordt wanneer de voorvork te diep in het progressieve, harde gedeelte van de vorkslag terechtkomt.

Oplossing:
a. Meer veervoorspanning om de vork in een hoger, zachter gedeelte van de slag te laten werken.
Als je erg veel voorspanning moet geven zal de vork in de kroonplaten wellicht omhoog geschoven moeten worden om de balans tussen voor en achter te herstellen.
b. Als er veel slag overblijft – te controleren door een “tie-rap” onder om de vorkpoot te bevestigen – verlaag dan het olieniveau in de vork om de vork onderin zachter te maken.
c. Zorg ervoor dat de vork zo weinig mogelijk “slip stick” – ofwel zo weinig mogelijk wrijving – heeft (oliesoort).
d. Rijhoogte achter is te hoog of te veel voorspanning op de achterveer. Verlaag de motor achter of verminder de voorspanning.
2. VOORWIEL “SPRINGT” TIJDENS HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE VEERWEG.

Oplossing:
a. Als er te veel slag overblijft is het olieniveau te hoog, verlaag het olieniveau.
b. Als de vork doorslaat, maar de wegligging goed is in de bochten, verhoog dan het olieniveau. Als er ook een vaag of laag gevoel is in de bochten, ga dan naar een hardere veer en laat het olieniveau hetzelfde.
3. DE VOORKANT VOELT ONVOORSPELBAAR EN ONVEILIG MIDDEN IN EEN BOCHT (TUSSEN EINDE REMMEN EN HET GAS OPENEN).

Oplossing:
a. Te veel uitgaande demping als de vork tevens hard aanvoelt. Verminder uitgaande demping.
b. Te weinig uitgaande demping, verhoog uitgaande demping.
c. Te veel ingaande demping als de vork tevens hard aanvoelt. Verminder ingaande demping.
4. DE VOORKANT VERLIEST GRIP TIJDENS HET UITKOMEN VAN EEN BOCHT.

Oplossing:
a. Te weinig uitgaande demping voor, verzwaar de uitgaande demping.
b. Te veel veervoorspanning. Verminder voorspanning.
c. Achterkant te laag. Verhoog rijhoogte achter.
d. Voorkant te hoog. Verlaag voorkant door de vork omhoog te schuiven in de kroonplaten (let op de afstand tussen voorwiel en motorblok bij geheel inveren).
5. SLECHTE GRIP VAN DE ACHTERBAND.

Oplossing:
a. Achterkant te hoog, vooral als het probleem zich voordoet tijdens het openen van het gas, verlaag achterkant.
b. Te veel veervoorspanning achter, verminder voorspanning.
c. Te veel ingaande demping, verminder ingaande demping.
d. Als tegelijkertijd de vering hard aanvoelt over hobbels is er te veel uitgaande demping, verminder uitgaande demping achter.
6. DE MOTOR IS MOEILIJK / ZWAAR VAN RICHTING TE VERANDEREN.

Oplossing:
a. Het zwaartepunt ligt te laag. Verhoog de rijhoogte voor en achter.
b. Te veel Sag voor en achter. Verhoog veervoorspanning voor en achter.
7. DE MOTOR IS ONSTABIEL IN DE RECHTE LIJN.

Oplossing:
a. De motor heeft geen goede balans tussen voor- en achterrijhoogte. Controleer de rijhoogte.
b. Controleer de motor op losse of slechte balhoofdlagers, slechte stuurdemper, wrijving in swing-arm lager etc.
c. Controleer de swing-arm asfixatie.
Een laatste aanwijzing:
BALHOOFDHOEK
Wanneer je de vork steiler zet moet je er rekening mee houden dat de vork wat meer ingaande demping moet hebben.
HET IS TEN ZEERSTE AAN TE BEVELEN OM SLECHTS ةةN AFSTELLING TEGELIJK TE VERANDEREN OM ZO SNEL MOGELIJK TOT EEN BETER RESULTAAT TE KOMEN.
VEEL SUCCES EN VOORAL MEER RIJPLEZIER!

© 2007 - 2010 Affetto Ducati | Veldwerk media